maandag 25 mei 2009

Een mens weet soms niet wat hij/zij zich wenst.

Gisteravond uitte ik tegen een mailvriendin de verzuchting dat het onweer wat mij betreft nog wel even mocht doorgaan. Ik genoot, staande in de open tuindeuren, met volle teugen. Af en toe maakte de bliksem van de vroege nacht heldere dag, andere momenten werden alleen de donkere huizen en bomen aan de overkant even in het floodlight gezet. De regen was toen nog een opluchting voor de droge grond. En de donderslagen deden plezierig denken aan oertijden.

Maar het gaat nu, óver half zes in de ochtend, nog steeds door. Het wordt al licht, de eerste vogels laten zich al horen. Ja zeg, dat had ik niet gewenst hoor, ik hoor nog te slapen.
Vannacht is het wel héél erg geweest en ik ben na half vier een paar keer gaan kijken of alles nog goed was hier buiten. Natuurlijk van achter de glazen deur. Slapen was er inderdaad al gauw niet meer bij.

Gelukkig is het gedonder nu wat meer op afstand, maar de hele nacht is het hier natte moesson geweest. Bliksemflitsen en donderslagen achter elkaar. En alles recht boven de stad. Ik hoop dat iedereen, alle daklozen ook, onderdak gevonden hebben. Ik heb geen angst voor onweer, dat moge duidelijk zijn. Maar dit was wel zo onhollands dat ik toch een paar keer bevreesd was voor een inslag. Die zal ook best hebben plaatsgevonden, maar ik heb nog geen brandweer gehoord.

De regenteil buiten is volgeregend. De regen valt nog steeds in stromen en dikke druppels. De meeste planten hebben het goed doorstaan maar de grote hortensia is omgevallen. Als de regen is opgehouden en de meeste nattigheid uit de plant is verdwenen, zodat hij minder zwaar is, zal ik proberen hem overeind te krijgen. Hier kan geen sproeien tegenop, de tuin heeft een goede bui gekregen, Voorlopig hoef ik er niets te doen.

Poes heeft kennelijk de nacht doorgebracht in de badkamer, achter de wasmachine. Ze kwam met een dikke staart schuw tevoorschijn toen ik daar binnenkwam. Mijn bed was kennelijk niet veilig genoeg voor haar.

In het achterste deel van het atrium is een overstroming. Ik ga daar niet weer dweilen, daar wonen ook twee mensen. Bij een vorige overstroming heb ik hun straatje droog gehouden, twee uur bezig geweest. De ene buur kwam met een sigaret in zijn mond kijken hoe ik dat deed. De andere liet zich niet zien. En beiden zijn in staat het zelf te doen.
Ik ben gekke Gerritje niet… Nee, daar woont niet mijn Buurman, die woont bij mij aan ‘het plein’ van het Atrium. Hier recht tegenover.

Volgens de buienradar is het onweer nu echt voorbij. Maar de zware regenbuien blijven nog wel even. Naar buiten kan ik dus straks toch niet.
Dus zien of ik nog wat uurtjes kan slapen is wel het beste dat gedaan kan worden.
Zo, dit was een verslag van een onweersbui die niet wilde óverdrijven.