woensdag 17 december 2008

De afgelopen dagen waren stil en grijs.

'Het zwerk blijft somber nederhangen, een doodse stilte heerst alom',
(De eerste twee regels van een oude psalm)
Adventstijd…..


Hier aan de achterkant van het huis zelfs geen spaarzaam zonnetje,
en geluid van verkeer is er ook al niet.
Februari, dan komt de zon weer boven de huizen uit.
Veel meer valt er eigenlijk niet over te vertellen.
Dus er was ook weinig om over te schrijven.

Hoewel, ik moet toegeven dat ik erg down was de afgelopen dagen.
Dat heeft niet alleen met het weer te maken gehad. Ook met verdrietige dingen die gebeurd zijn in een vroeger mailgroepje en waarmee ik weer geconfronteerd werd. Vooral ook door het overlijden van iemands echtgenoot daar. Ik werd op de hoogte gesteld.
Er is echter geen contact meer met het groepje mensen, hoewel ik niet weet of iemand hier nog meeleest.

Verder is de tijd gebruikt om aan mijn verhaal over vroeger verder te werken. En vroeger is dan de tijd vanaf 1960, een heel persoonlijk verhaal. Niet voor publicatie, maar voor de kinderen.
Dat kost me meer energie dan ik verwachtte.
Hopelijk lukt dat nu eindelijk, omdat het geen vrolijk verhaal is en ik eigenlijk toch al een beetje down ben.
Maar misschien hoort dat ook wel bij de tijd van het jaar. En bij het schrijven zelf, heb ik hier in dit huis geleerd. Je moet er in elk geval geen kabbelend vrolijk gevoel bij hebben, maar ingetogen en naar binnen gekeerd. Dan lukt het beter. Daarom zijn schrijvers vaak eenzame mensen. Denk ik.
Ik probeer toch maar gewoon door te gaan, en draag zelfs een feestelijke rode trui, om in elk geval een iets andere en opvallende kleur te zien en te tonen.

Eén van mijn huisgenoten is geboren in de oorlogsjaren, terwijl zijn hele familie ondergedoken zat. Hij heeft daar een heel mooie dvd over gemaakt. Omdat hij als wetenschapper overal komt en overal relaties heeft hebben er veel mensen aan meegewerkt. ‘Born in Hiding’ is een goed verhaal geworden.
Hij heeft me van de week een paar kopieën gebracht en is gezellig een kopje thee blijven drinken.

In het huis van de ‘gekke buurman’ waar ik weleens over schreef en die al een poos weg is, is nu een vrouw komen wonen. Het huis moest helemaal gerenoveerd worden na het vertrek van de man, maar ook nu nog is men heel druk met schoonmaken.

Betty was er maandag, dinsdag heb ik de eerste toebereidselen gemaakt voor de kerst.
Neef Freek kwam de nieuwe Epson all-in-oneprinter maken, die het even had opgegeven. En van hem konden we voor dit huis de grote kunstkerstboom lenen die hij en mijn nichtje dit jaar zelf niet gebruiken. De rest van de dag proberen te gebruiken om kerstgroeten te schrijven, de eerste twintig zijn de deur uit.
Maar er zijn er minstens zoveel binnengekomen, moet ik toegeven. ;-)

En vandaag kwam Jelle; die komt om de twee weken op visite. Altijd gezellig. We lunchen uitgebreid met verse broodjes en koffie, kletsen wat en kijken dan vaak een dvd-tje. Ik had er juist weer twee binnengekregen van de ECI over de geschiedenis van Europa. Vandaag dus Italië gekeken. Vooral de uitgebreide film over Venetië deed me wel wat. Dierbare herinnering, daar heb ik ooit een midweek met vriend Paul doorgebracht. Wat een stad, en wat een warme, romantische dagen waren dat… En als je dan al die beelden terugziet…
Een tijdje geleden deed ik boodschappen bij Appie, en hoorde plotseling een bekende stem van iemand, hevig flirtend met een cassière. En hoe onmogelijk ook, het wàs Paul, die vanuit Leiden hier in Amsterdam boodschappen deed. Voor zijn zusje dus. ;-) Dat was wel een heel bijzondere ontmoeting, die mijn dag dus hevig kleur gaf, hoewel het maar een korte ontmoeting bleef.
Ik had er destijds niet over geschreven, en dat viel Paul toch errug tegen . Nu denk ik weer aan hem door de film over Venetië, dus hoop ik hiermee iets te hebben goedgemaakt.

Ik zit op het puntje van de tikstoel, geen gezonde houding, ik weet het.
Maar achter mijn rug en stevig tegen me aan, ligt Pika, mijn katje te slapen. Het is wreed om te gaan verzitten. Maar sorry poes, het moét toch hoor.

Vanmiddag kwam het kwartaalblad Benjamin bij me binnen. En daarin stond een advertentie van iemand die veel bijzondere boeken had en die graag aan iemand wilde geven.
Nou heb ik een poos geleden ook mijn overtallige bijzondere boeken weggegeven aan een instantie die er blij mee was dus ik belde de persoon. Had ik nou niet moeten doen.
Ik heb de hele levensgeschiedenis van die persoon aan moeten horen en alle boosheid en narigheid en alle verdriet… de boeken kwamen als het aan haar lag helemaal niet ter sprake.
Ik heb alle begrip voor mensen die niemand hebben om hun boosheid en frustratie aan kwijt te kunnen, maar het hèlpt als de mensen je kennen of jij de mensen kent. ;-) Deze dame liep bijna leeg tegen een haar volkomen onbekende vrouw. En hoewel ik haar een paar keer onderbrak en enkele keren moeite deed op het onderwerp ‘boeken’ terug te komen kwam ze na vier woorden weer op haar andere verhaal terug. Na 39 minuten heb ik er toch maar beleefd een eind aan gemaakt. Maar eigenlijk moet ik er van binnen toch om grimlachen, want wàt een verhalen, wàt een agressie tegen het leven, wàt een hoop onverwerkt verdriet.
Eén verhaal, over de begrafenisonderneming Yarden (?) dan.
Ze had zelf, maar al 6 of 9 jaar geleden, met iemand van de thuisverpleging haar gestorven man gewassen en afgelegd, maar kreeg na afloop daarvoor wel een rekening van meer dan 190 euro gepresenteerd. Er was in het begrafeniscentrum geen plek gemaakt voor rouwende bezoekers. Een ruimte waar zij zelf dus ook even alleen met haar echtgenoot had kunnen zijn, en al helemaal geen anderen. Toch werd dat in rekening gebracht. Ja, ik zou daar ook boos en gefrustreerd over zijn, dat wel… Maar voor haar was het een onneembare hobbel, waardoor ze niet in staat was de rouwtijd af te sluiten.
Enfin, het was een onderhoudende, leerzame namiddag.